Leidt het eten van brokken tot diabetes type 2 bij katten?

Leidt het eten van brokken tot diabetes_

Katten zijn carnivoren en eten vlees. Hun natuurlijke dieet is daardoor laag in suikers en (complexe) koolhydraten. Evolutionair zijn ze niet ontwikkelt om planten te eten.

Echter is het dieet van de (huis)kat de laatste 50 jaar drastisch verandert. Hij eet nu steeds vaker een brok, die niet alleen droog is, maar zetmeel nodig heeft om een brok te vormen. Daardoor krijgen onze katten meer koolhydraten binnen dan op het dieet in het wild.

Tevens lijkt de ziekte diabetes (type 2) steeds meer voor te komen. In 1970 hadden in Amerika 0,08% katten diabetes; in 1999 waren dit er 1,2% – een toename van 15 keer zoveel in slechts 30 jaar.[1] In de UK namen de cijfers over 10 jaar nog steeds toe van 0,43% in 2007 naar 0,58% in 2016. [1][2]

Ook blijkt uit anekdotische verhalen en de methode Tight Regulation, dat het behandelen van diabetes goed werkt met een dieet laag in koolhydraten (minder dan 12% van de calorieën, nog liever minder dan 6%).

Leg je deze cijfers naast de toename van koolhydraten eten, dan is het verband makkelijk gelegd: katten krijgen diabetes van brokken, of van koolhydraten om specifieker te zijn.

In deze serie ga ik dieper in op deze hypothese: wat zegt de wetenschap over de relatie tussen voeding en het ontstaan van diabetes?

Epidemiologie: Ziekte en risicofactoren van diabetes

Misschien een lastig woord, maar in epidemiologisch onderzoek wordt gekeken naar hoe vaak ziekten voorkomen. Vaak worden hierbij factoren beschreven waarbij de ziekte vaker voorkomt. Dit worden ‘risicofactoren’ genoemd.

Een voorbeeld hiervan is overgewicht en diabetes: mensen (en ook katten) met overgewicht, hebben vaker diabetes dan mensen/katten zonder overgewicht. Overgewicht is dus een risicofactor.

Het is belangrijk je te beseffen dat zelfs wanneer je álle risicofactoren hebt dat dit nog niet betekent dat de ziekte ook ontstaat. Andersom geldt ook niet: Wanneer je géén risicofactoren hebt dat je dan ook de ziekte niet krijgt.

Alhoewel er uiteraard meerdere risicofactoren besproken worden in deze onderzoeken, wil ik er eentje uitlichten, namelijk het eten van met name brok.

Hebben katten die overwegend brok eten vaker diabetes dan katten die natvoer eten?

McCann en anderen (2007)

Uit het onderzoek van McCann en anderen (2007) blijkt dat katten op brok 2,2 keer, maar op natvoer zelfs 3 keer zo vaak diabetes hadden wanneer het vergeleken werd met katten op een gemixt dieet. Ze zeggen niets over brok versus natvoer jammer genoeg.

Helaas gaan de onderzoekers zelf niet verder in op verklaringen. Dat brokken meer koolhydraten bevatten en daardoor de kans verhogen, is denk ik de meest voor de hand liggende theorie.

Maar hoe kan het dat een natvoer dieet de kans verhoogd?

Een verklaring uit een ander onderzoek is het hoge(re) vetgehalte in natvoer. Een hoog-vet/laag-koolhydraten (HVLK) tegenover een LVHK dieet lijkt ook de glucose tolerantie te verminderen en insuline resistentie te veroorzaken.[3]


Blog advertentie Via Natura

Echter moeten we er rekening mee houden dat een ‘een gemixt dieet’ niet wordt gedefinieerd. Het kan dus zijn dat dit voornamelijk brok is aangevuld met hier en daar wat natvoer, of dat het 50/50 verdeeld wordt of toch meer natvoer. Hierdoor is het lastig te bepalen waarmee we nu eigenlijk vergelijken en dus om hier echt conclusies uit te halen. Daarom is het jammer dat McCann en anderen niet de analyse volledig brok versus volledig natvoer hebben uitgevoerd.

Een andere verklaring zit mogelijk in het gewicht van de katten, waar het onderzoek van McCann geen rekening mee kon houden door ontbrekende gegevens.

Öhlund en anderen (2016)

Het onderzoek van Öhlund en anderen (2016) doet dat wel. Hieruit bleek dat katten op gezond gewicht die brokken aten, maar liefst 3,8 keer zoveel kans hadden op diabetes als katten op natvoer en ook tegenover een gemixt dieet hadden ze meer kans op diabetes. Op natvoer versus een gemixt dieet was de kans juist kleiner.

Toen ze katten met overgewicht vergeleken met katten met een gezond gewicht, bleek dat te dikke katten op elke voeding een verhoogde kans hadden op diabetes. Hieruit blijkt vooral dat overgewicht een extreme factor is in de ontwikkeling van diabetes.

Dat bleek overigens ook uit dit onderzoek van Öhlund: katten over 5 kilo hadden maar liefst 3,3 keer zo vaak diabetes.

Een ander onderzoek bevestigd ook dit idee: Vergeleken met katten die minder dan 3 kilo wogen, hadden katten tussen 4 en 4,9 kilo 3,2 keer zoveel kans op diabetes en katten tussen 5 en 5,9 kilo maar liefst 5,1 keer zo vaak diabetes.[4]

Slingerland en anderen (2007)

Slingerland en anderen (2007)[5] onderzochten in Nederland de risicofactoren voor diabetes. Zij selecteerden 96 diabetische en 192 control katten en koppelen die op basis van leeftijd, geslacht, lichaamsgewicht en Body Condition Score.

Dat deden ze, zodat deze factoren geen/minder invloed meer uit konden oefenen op de verbanden.

Vervolgens keken ze in hoeverre de hoeveelheid energie die uit brok kwam een verband had met het aantal keer diabetes. Kregen diabetes katten meer energie uit brokken dan katten zonder diabetes?

Het antwoord was nee: meer brokjes betekende niet vaker diabetes. Ze kregen allebei 80%+ van de energie uit brokjes. Dus, zo concluderen de onderzoekers, het eten van brok is géén risicofactor voor diabetes.

Helaas is er één grote beperking aan dit onderzoek naar mijn mening. Verreweg de meesten mensen voerden een gemixt dieet. Slechts 20% voerden een volledig brok dieet en slechts 3 katten van de 288 kregen een volledig natvoer dieet. Deze laatste twee zijn veel te weinig om echt iets te een verschil te kunnen waarnemen als deze er zou zijn.[6]

Dit is jammer, want dit onderzoek had een licht kunnen schijnen op de relatie tussen de hoeveelheid gevoerde brok en de kans op diabetes.

Tekortkomingen van epidemiologische onderzoeken

Epidemiologische onderzoeken heeft één groot nadeel: ze onderzoeken alleen verbanden. Dit heet “correlatie”. Een oorzakelijk verband, wat “causatie” wordt genoemd, kunnen we hieruit niet trekken. We kunnen dus niet (met zekerheid) zeggen: eerst kwam dit en toen volgde dat.

Een tweede nadeel specifieker voor ons vraagstuk, is dat de categorisatie van brok en natvoer niets zegt over de verdeling van de macronutriënten (eiwit, vet en koolhydraten).

Alhoewel over het algemeen geldt dat brokken koolhydraat rijker zijn, kunnen we niet aannemen dat de koolhydraten in de brok zorgen voor het verband met diabetes. Dat komt omdat er meerdere factoren anders zijn tussen brok en natvoer, zoals de hoeveelheid eiwit, vet, vezels en vocht.

Wist je bijvoorbeeld dat het aminozuur arginine ook voor een insuline reactie kan zorgen? Zo kan ook dit eiwitmolecuul mogelijk invloed hebben op de vraag naar insuline. Vezels kunnen de glucosepiek verlagen en vet heeft invloed op de insuline gevoeligheid.

Conclusie: Brok heeft mogelijk invloed

Uit de onderzoeken van McCann en anderen (2007) en Öhlund en anderen (2016) kunnen we voorzichtig concluderen dat katten die alleen brok eten meer kans hebben op diabetes dan katten die alleen natvoer eten of een gemixt dieet krijgen.

Door de tekortkomingen van dit soort onderzoek, kunnen we helaas niets zeggen over wát dan precies in de brok ervoor zorgt dat die katten vaker diabetes krijgen. Zijn het de koolhydraten? Of toch iets anders?

Experimenten met weinig en veel koolhydraten in de voeding kunnen hier meer over vertellen. Daar ga ik op in met het volgende artikel.

Pootje Catmoneo
Bronnen

[1] Zoals beschreven in: McCann en anderen (2007) Feline Diabetes mellitus in the UK: The prevalence within an insured cat population and a questionnaire-based putative risk factor analysis.

[2] O’Neill en anderen (2016) Epidemiology of Diabetes Mellitus among 193.435 Cats Attending primary-care veterinary practices in England.

[3] Verbrugghe en anderen (2012) Nutritional Modulation of Insulin Resistence in the true carnivorous cat: a review

[4] O’Neill en anderen (2016) Epidemiology of Diabetes Mellitus among 193/435 cats attending primart-care veterinary practices in England.

[5] Slingerland en anderen (2007) Indoor confinement and physical inactivity rather than the proportion of dry food are risk factors in the development of diabetes mellitus.

[6] Zoran en Rand (2013) The role of diet in the prevention and management of feline diabetes.

Vond je dit artikel interessant?
Meld je dan aan voor meer tips en de nieuwste blogs.
Plus de download "In 4 stappen kattenvoer beoordelen".

*Geen spam!

Wist je dat... Je kunt Catmoneo ook volgen op Facebook!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *