Suikerziekte: Wat veroorzaakt diabetes type 2 in katten?

Wat veroorzaakt diabetes bij katten

Suikerziekte, of diabetes mellitus, is een vervelende ziekte die steeds meer katten lijkt te treffen. Ondertussen hebben er al zo’n 1 op 200 katten last van en bij katten gaat in het verreweg de meeste gevallen om type 2 diabetes (die ontzettend lijkt op de vorm die mensen hebben).

De oorzaak hiervan is vaak onduidelijk. Dat komt omdat diabetes niet één primaire hoofdoorzaak heeft, maar juist meerdere oorzaken. In combinatie met elkaar zorgen die oorzaken tot een verminderde insuline gevoeligheid en insuline afgifte, wat leidt tot een hoge bloedsuiker en andere klinische (zichtbare) symptomen.

Een review uit 2004 van Rand en anderen zet deze oorzaken mooi op een rijtje in hun artikel “Canine and Feline Diabetes Mellitus: Nature or Nature?” (vrij vertaald: “Honden en katten diabetes mellitus: Genetisch of opvoeding?”).

Genen: bepaalde rassen en katers

Laten we eerst beginnen met de genen. In mensen, apen en knaagdieren is al een genetische component aangetoond voor diabetes. Ook in katten lijkt deze er te zijn.

Raskatten

Zo is diabetes het meest voorkomend onder huis-tuin-en-keuken katten (1 op 200), maar komt het nog onder Birmese katten bijna 4 keer zo vaak voor (4 op 200). In sommige Birmese kattenfamilies is zelfs 10% de klos (20 op 200), zeker naarmate ze ouder zijn dan 8 jaar.

Ook Tonkinezen, Noorse Boskatten, Blauwe Russen en Abessijnen hebben meer kans op diabetes.[1] Perzen zouden juist minder kans hebben.

Hoe dit precies werkt, is bij katten nog niet duidelijk. Bij mensen is het zo dat de insuline gevoeligheid genetisch bepaald is, waarbij sommigen meer insuline gevoelig zijn en anderen juist meer insuline resistent (veel minder gevoelig) (zo’n 25% van de mensen). Ook bij katten lijkt er sprake te zijn van een individueel bepaalde insuline gevoeligheid.

Geslacht

Tevens lijken mannetjes meer kans te hebben om diabetes te ontwikkelen. Mogelijk komt dit omdat ze minder insuline gevoelig zijn. Een tweede aspect kan zijn dat katers ook gevoeliger zijn voor overgewicht met een hogere vetmassa dan poezen.

Toch zijn alleen genen (in de meeste gevallen) niet voldoende om diabetes te triggeren. Daarvoor zijn één of meerdere omgevingsfactoren nodig.

Leeftijd

De bèta cellen in de alvleesklier maken insuline aan. Als de leeftijd hoger wordt, vermindert de activiteit van de bèta cellen. Hierdoor komt diabetes type 2 veel vaker voor bij katten die ouder zijn dat 8 jaar, met een piek tussen de 10 en 13 jaar.

Daarnaast hebben in die tijd ook andere factoren een aanzienlijke en stapelende rol kunnen spelen, zoals overgewicht en het dieet.

Overgewicht

Een van de belangrijkste oorzaken van verminderde insuline gevoeligheid is overgewicht. Misschien kun je je zo voorstellen dat als je insuline gevoeligheid genetisch al laag is, dat overgewicht dit versterkt en het problematisch maakt.

Dikke kat liggend
Te dik zijn is een groot probleem voor de insuline gevoeligheid

Dit blijkt ook uit een experiment. Toen katten gemiddeld 44% gewicht aankwamen, ontwikkelde bijna 50% glucose intolerantie (de voorloper van diabetes; oftewel de glucose in het bloed werd te hoog).

Vele van deze katten (35%) had al een lage insuline gevoeligheid terwijl ze nog goed gewicht zaten (dat zijn de genen dus!). Deze lage insuline gevoeligheid zorgde voor maar liefst een drie keer hogere kans op glucose intolerantie naar aanleiding van gewichtstoename.


Blog advertentie Via Natura

Wat veroorzaakt overgewicht?

Overgewicht is evolutionair gezien vreemd: het jagen en wegrennen voor roofdieren zou onze overlevingskansen rap verminderen.

Daarom past ons lichaam zich aan: hebben we meer eten, dan gaat de stofwisseling wat sneller. Eten we minder, dan gaat het lichaam efficiënter om met de energie.

Dat werkt perfect in een jaag-verzamel-omgeving. Maar wat als er 24/7 lekkere en caloriedichte voeding beschikbaar is?

Voeding en onbeperkt voeren

Voor katten zijn brokken deze lekkere en calorierijke voeding.[2] Vaak worden brokken ook nog onbeperkt gevoerd (“free feeding” of “ad libitum” voeren) waarbij de kat zelf mag bepalen hoeveel ze eten.

Castratie

Vooral bij gecastreerde katten waarbij de eetlust toeneemt, maar de caloriebehoefte afneemt en vetafzetting bevordert wordt door hormonale veranderingen, kan dit snel tot problemen leiden. Gewichtstoename van 10 tot 40% zijn geen uitzonderingen.

Inactiviteit

Tevens blijven veel katten nu binnen. Meer dan eens is ‘binnen blijven’ en fysieke inactiviteit aangemerkt als risicofactor voor zowel overgewicht[3] als verminderde insuline gevoeligheid. Het bleek dat zo’n 10 minuten spelen per dag een zeer positieve uitslag heeft op deze twee aandoeningen.

Let wel: “You can’t outrun a bad diet” — een slecht dieet kun je niet met alleen bewegen oplossen. Zolang je kat aanzienlijk te veel blijft eten, is afvallen waarschijnlijk een ondoenlijke taak.

“You can’t outrun a bad diet.”

Het dieet en koolhydraten

Ook het dieet heeft een grote invloed. Net stipte ik al even aan de lekkere en caloriedichte voeding makkelijker leidt tot overgewicht en dat voor de kat dit de brok is.

Nu bevat brok ook vaak veel koolhydraten (niet gezegd dat sommige natvoeren of zelfs kvv’s dit niet hebben, maar over het algemeen zijn die toch lager in koolhydraten). In hoeverre dragen die koolhydraten bij aan de ontwikkeling van diabetes?

Verschillende experimenten onderzochten dit.

Kunnen katten koolhydraten verteren?

Maar eerst even dit: Rauwe koolhydraten kunnen katten niet verteren en in het wild eten ze dan ook (bijna) geen plantaardig materiaal.

 

Maar als koolhydraten ontsloten zijn (door verhitting), dan kunnen katten die wél verteren en gebruiken voor energie. Dit is precies wat in commerciële voeding gebeurd.

 

Het argument van makers is dat op die manier de eiwitten die normaal gebruikt worden voor energie gespaard kunnen worden (er wordt dan minder eiwit toegevoegd).

Katten versus andere diersoorten

Allereerst bleek dat katten een langdurige hogere bloedsuiker hebben dan bijvoorbeeld mensen en honden, onafhankelijk van bron. Dit komt waarschijnlijk omdat katten evolutionair niet gewend zijn aan koolhydraten. Om zichzelf te beschermen tegen een snel stijgende bloedsuiker, wordt het geheel langzamer vrijgegeven.

De hoeveelheid koolhydraten

Ten tweede bleek dat grofweg hoe meer koolhydraten erin verwerkt zitten, hoe meer de bloedsuiker stijgt.

De grens ligt op ongeveer 25% van de metaboliseerbare energie (ME) of 30%DM  (dry matter, zie hier hoe je dit uitrekent) voor katten op gezond gewicht[4], waarbij de bloedsuiker al met grofweg 1 mmol/L stijgt ten opzichte van de basis. Hewson-Hughes en anderen vonden dit ook als koolhydratenplafond voor katten.[5] Volgens een aantekening in het onderzoek van Farrow en anderen, kan zelfs deze kleine stijging van bloedsuiker (zeker op lange termijn, lees: meerdere jaren) schade doen aan de bèta cellen in de alvleesklier die de insuline aanmaken.[6]

Opmerkelijk genoeg zit in de gemiddelde brok 31,8% DM koolhydraten (~28%ME).[7] Dit zet je hopelijk aan het denken over de gevolgen voor jouw kat als hij alleen maar brokken eet.

De bron van de koolhydraten

Ten derde blijkt dat de bron uitmaakt. Zo heeft rijst meer impact dan een sorghum/mais brok.[8]

Een ander onderzoek bevestigde dat rijst, maar ook mais, meer impact heeft op de bloedsuiker stijging dan cassave bloem, erwten, sorghum en linzen.  Linzen en sorghum zorgden daarvoor voor de minste verschil tussen de basis en de gemiddelde stijging, alhoewel de onderzoekers aangeven dat alleen mais zorgde voor een significant verschil met de basis (significant: een verschil gebaseerd op meer dan toeval).[9]

Medicijnen

Sommige medicijnen kunnen ook de insuline gevoeligheid verlagen. Hierdoor wordt het moeilijker de glucose in de cellen te krijgen en blijft de bloedsuiker langer hoog.

Voorbeelden hiervan zijn prednison en prednisolon. De laatste wordt regelmatig gebruikt bij katten met ontstekingen en/of allergieën om de immuunreactie te onderdrukken.

Nog een nadeel aan veel van deze medicijnen is dat ze eetlustopwekkend zijn. Daardoor ligt ook overgewicht op de loer, en ik hoop dat net al duidelijk werd hoe funest dat is voor de insuline gevoeligheid.

Ook de poezenpil kan dit effect hebben. Naast dat het dus – zelfs met één keer gebruik – de kans op tumoren vergroot, is dit dus ook een belangrijk aspect om mee te nemen. (Mijn advies: castreer je poes en geef geen poezenpil!)

Conclusie: De oorzaken van diabetes is een complex spel van factoren

Het mag wel duidelijk zijn dat diabetes type 2 zich niet van de ene andere dag ontwikkelt. Meerdere factoren die zich stapelen over een langdurige periode zorgen er voor dat de kat steeds minder makkelijker de bloedsuiker aan kan. Uiteindelijk kan dit zich vertalen naar glucose intolerantie en uiteindelijk diabetes.

Alhoewel we aan genen minder kunnen doen, hebben we wel andere zaken in de hand. Natvoer is minder caloriedicht en bevat over het algemeen minder koolhydraten. Hiermee kan je zowel overgewicht als de bloedsuiker reactie onder controle houden.

Benieuwd naar natvoeren die je kunt proberen? Je vind hier een lijstje.

Pootje Catmoneo
Bronnen

Algemeen: Rand en anderen (2004) Canine and Feline Diabetes: Nature or Nurture?

[1] O’Neill en anderen (2016) Epidemiology of Diabetes Mellitus among 193.435 Cats Attending Primary-Care Veterinary Practices in England

[2] Onthoud dat voor makers verkoop, niet gezondheid, het allerbelangrijkste is in onze kapitalistische samenleving. Als jij een nieuwe voeding wil proberen, is het eerst wat je doet als je het neerzet: kijken hoe je kat reageert. Lijkt hij het lekker te vinden? Op de ‘first bite preference’ wordt eindeloos getest, want als dat positief uitvalt, koop jij de voeding weer!

[3] Öhlund, Palmgren en Ström Holst (2018) Overweight in adult cats: A cross-sectional study

[4] Hewson-Hughes en anderen (2011) The effect of dietary starch level on postprandial glucose and insulin concentrations in cats and dogs

[5] Hewson-Hughes en anderen (2011) Geometric analysis of maconutriënt selection in the adult domestic cat, Felis Catus

[6] Farrow en anderen (2013) Effect of dietary carbohydrate, fat and protein on postprandial glycemia and energy intake in cats.

[7] Gemeten over 292 brokken zit er gemiddeld 31,8% DM NFE (koolhydraten zonder vezels) in brokken.

[8] Appleton en anderen (2004) Dietary carbohydrate source affects glucose concentrations, insulin secretion and food intake in overweight cats.

[9] De-Oliveira en anderen (2008) Effects of six carbohydrate sources on diet digestibility and postprandial glucose and insulin responses in cats.

Vond je dit artikel interessant?
Meld je dan aan voor meer tips en de nieuwste blogs.
Plus de download "In 4 stappen kattenvoer beoordelen".

*Geen spam!

Wist je dat... Je kunt Catmoneo ook volgen op Facebook!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *