Wat is een normale bloedglucose bij katten?
Diabetes
Marilyn [Catmoneo]
Diabetes
4 min

Wat is een normale bloedglucose bij katten?

4 min

De bloedsuiker, of bloedglucose, is een van de meetmaten voor diabetes. Bij mensen is dit goed onderzocht, maar bij katten verschillen de meningen hierover. Nog een probleem voor de diagnose is dat stress de bloedsuiker bij de kat drastisch kan verhogen.


Je zou denken dat het een makkelijke vraag is te zeggen wat normaal, pre-diabetes, diabetes en giftig is voor de bèta cellen, maar schijn bedriegt. De wetenschap lijkt er niet helemaal uit.


Toch is het erg belangrijk dat we hiervoor een aantal referentiewaarden hebben. In dit artikel ligt ik deze verder toe, met als kanttekening de onderstaande cijfers niet als zwart/wit te nemen, maar als een richtlijn.


Wat is een normale bloedsuiker?

Laat ik eerst eens beginnen met wat een normale bloedsuiker is (‘baseline’). Deze ligt volgens de NRC tussen de 3,9 en 6,7 mmol/L.[1] Na 18 tot 24 uur vasten ligt deze ietsjes lager, namelijk tussen 3,0 en 6,5 mmol/L.[2]


Lager dan dit is niet goed en dan spreken we van ‘hypoglykemie’, oftewel een te lage bloedsuiker. Er is dan onvoldoende energie voor de cellen.


Pre-diabetisch

Wanneer de bloedglucose gemeten wordt en deze is tussen de 7,5 en 9 mmol/L, is er mogelijk sprake van een pre-diabetische status.[2] Er is een verhoogde kans dat de kat binnen 9 maanden daadwerkelijk diabetes krijgt.


Een extra meting na vasten kan dit vermoeden bevestigen. Maatregelen nemen om de nadere ziekte te keren is verstandig. Opties zijn gewicht verliezen en minder koolhydraatrijke voeding, of beiden.


Ook bij katten die ouder zijn dan 8 jaar waarbij een glucose van meer dan 6,5mmol/L wordt gemeten, zouden 4 uur later nogmaals getest moeten worden. Als dit niet lager is dan 6,5mmol/L, is een test na 24 uur aan te raden.[2]


Wanneer is er diabetes?

Een diagnose van diabetes bij mensen wordt gesteld als de bloedsuiker na het eten over 7,8mmol/L is.[3] Na vasten (meestal overnacht) mag deze niet hoger zijn dan 7 mmol/L.[4]


Bij katten is dit wat minder duidelijk, en vaak wordt de diagnose pas gesteld wanneer er klinische symptomen ontstaan. Die komen meestal wanneer katten de glucose nierdrempel overschrijven. Dat is vanaf ongeveer 13,6 – 16,5 mmol/L (bij de lagere waarden zijn nog niet per se overduidelijke symptomen).[2][4][5]


Een diagnose kan al wel eerder gesteld worden, namelijk als de bloedglucose boven de 10mmol/L blijft.[2] Meerdere malen testen is wel vaak nodig.


Hoe eerder de diagnose diabetes wordt vastgesteld, hoe beter vaak de prognose is. In sommige gevallen is er zelfs remissie mogelijk, waarbij de kat helemaal geen externe insuline nodig heeft.


Bloedsuiker stijgingen door stress

Bij katten speelt nog een belangrijk aspect een rol: stress. Hierdoor worden hormonen afgegeven (cortisol) die snel de glucose verhogen, zodat deze energie gebruikt kan worden door de spieren voor vechten of vluchten.


Maar voor het meten of de kat diabetes heeft, kan het makkelijk verkeerde resultaten geven. Zeker na een stressvol ritje in de auto, in een raar ruikende wachtkamer met een blaffende hond en een dierenarts die alles aan je lijf wil voelen – je kunt je vast voorstellen dat dit allesbehalve geruststellend is.


Stress kan binnen 5 minuten de bloedglucose verhogen en dit kan tot wel 3 uur na tijd zichtbaar blijven. Worstelen kan de bloedglucose met 4,1mmol/L verhogen tot wel 10,8mmol/L binnen 10 minuten.[2] Normaliter komt de stress glucose niet uit boven de 16mmol/L.[6]


Het is heel belangrijk dat hiermee rekening wordt gehouden. Zo niet, dan kan er zomaar een foutieve diagnose van (pre) diabetes worden gesteld. Dit is ook de reden waarom hertesten zo belangrijk is.


Wanneer wordt de bloedsuiker giftig voor de bèta cellen?

Over wat giftig is zijn de meningen verdeeld. Directe giftigheid lijkt op te treden bij 25 tot 30 mmol/L.[7] Hierbij is sprake van onopgemerkte diabetes. Ik kan je nu alvast vertellen dat ik de onderzoeken die ik heb gelezen, dit geen enkele keer zo hoog werd dat het hierbij in de buurt kwam.


Daarom concluderen sommigen simpelweg dat de voeding er niet voor zorgt dat de bèta cellen vernietigt worden.


Echter hebben katten soms wel 4 tot meer dan 12 uur per dag (bij sommigen zelfs 24 uur+!!) een hogere bloedglucose dan hun baseline. Soms valt dit nog binnen de normale breedte, maar soms gaat over de baseline waarden heen (>6,7 mmol/L) en soms zelfs over de diabetici waarden (>10mmol/L).


De vraag is: Kan een kleine(re), maar significante stijging van de bloedsuiker op lange termijn ook zorgen voor schade aan de bèta cellen?


Mogelijk wel.


Bij ratten werd een onderzoek gedaan waarbij eerst 60% van de alvleesklier werd verwijderd. Vervolgens kregen ze suikerwater of gewoon water. De eerst 25 dagen hadden alle ratten een normale bloedsuiker, maar daarna steeg dit voor de suiker-ratten met 0,8 mmol/L, terwijl dit bij de water-ratten niet gebeurde.


De onderzoekers concludeerden dat de chronische blootstelling van de overgebleven bèta cellen aan een hogere bloedglucose dan normaal leidde tot aangifte defecten (specifiek van insuline).[8]


Nu hebben onze katten uiteraard een volledig alvleesklier. Maar dit onderzoek toonde dit al aan in 6 weken! Verbind dit eens met het feit dat katten van 8 jaar en ouder vaker diabetes hebben. Kan het zijn dat 8 jaar lang een verhoogde bloedsuiker hebben eenzelfde soort effect heeft?


Misschien wel of misschien niet. Ik denk dat we niet moeten onderschatten wat het effect van tijd is, eventueel gestapeld op andere risicofactoren, zoals genen en overgewicht.


Overzicht van bloedglucose waarden

Bloedglucose waarden bij de kat


MinimumMaximum
Hypoglykemie3,03,5
Normaal (baseline)3,96,7
Pre-diabetisch7,59,0
Diabetisch10,016,0+
Mensen: 7,8+
Stress glucoseBaseline + 4,016,0
Acute giftigheid25+
Langdurige giftigheidBaseline + 1,0

Alle cijfers zijn in mmol/L. Bronnen vind je in bovenstaande tekst.


Conclusie: Lange termijn verhoogde bloedsuiker kan leiden tot schade

Acute giftigheid van voeding (koolhydraten) komt niet voor bij katten die geen onopgemerkte diabetes hebben.


Echter hebben katten langere tijd nodig om een grote lading koolhydraten te verwerken, waardoor de bloedsuiker langer verhoogd blijft. Er is voorzichtig te concluderen dat zelfs een verhoging van slechts 1 mmol/L op lange termijn schadelijke gevolgen (lees: jaren) heeft voor de bèta cellen in de alvleesklier die de insuline aanmaakt.


De volgende vraag is: Heeft kattenvoer dit effect op de bloedsuiker? Deze beantwoord ik volgende week.


Bronnen

[1] NRC (2006) Nutrient Requirements of dogs and cats (blz 54).

[2] Gottlieb en Rand (2018) Managing Feline Diabetes: Current perspectives

[3] Coradini en anderen (2011) Effects of two commercially available diets on glucose and insulin concentrations, insulin sensitivity and energetic efficiency of weight gain

[4] Rand en anderen (2004) Canine and feline diabetes mellitus: Nature of nurture?

[5] Behrend en anderen (2018) AAHA Diabetic Mangement Guidelines for Dogs and Cats

[6] Sparkes en anderen (2015) ISFM Consensus Guidelines on the practical management of diabetes mellitus in cats

[7] Verbrugghe en Hesta (2017): Cats and Carbohydrates: The carnivore fantasy?

[8] Leahy en anderen (1988) Minimal chronic hyperglycemia is a critical determinant of impaired insulin secretion after an incomplete pancreatectomy.