Hormonen na castratie van je kat: Hoe beïnvloeden ze het gedrag?


Castratie bij katten leidt tot lichamelijke veranderingen. Naast de voor de hand liggende medische ingreep die de geslachtsorganen verwijdert (de ballen bij de kater en de eierstokken met soms de baarmoeder bij de poes), veranderen er nog meer dingen na de castratie van je kat.

Vaak wordt dit slechts beschreven als een verminderde stofwisseling, een verhoogde voedselinname en veranderde bloedwaarden. Overgewicht wordt vaak benoemd als eindresultaat. Helaas wordt niet vaak uitgelegd waardoor dit komt.

Het zijn hormonale veranderingen die deze gedrag- en lichamelijke veranderingen teweeg brengen. Door dit beter te begrijpen, kun beter voor je kat zorgen na de castratie.

De ‘set point’ van gewicht

De set point theorie stelt dat het lichaam het gewicht binnen een bepaalde bandbreedte aanhoudt, ongeveer plus en min 10% van het ideale lichaamsgewicht.[1]

Dit wordt onder andere bepaald door genen (bij mensen +/- 70%), maar ook door de omgeving. Een scala aan hormonen die het hongergevoel en de vethuishouding reguleren zorgen ervoor dat de ‘set point’ gehandhaafd blijft.

Castratie lijkt een van de dingen die de set point van het lichaamsgewicht verhoogt door hormonale veranderingen. Hierdoor willen katten meer eten (dit heet 'hyperfagia'). Aan de andere kant hebben ze minder calorieën nodig om hun gewicht te behouden.

Hoe dat zich verhoudt met hormonen zal ik hieronder uitleggen.

Geslachtshormonen: Oestrogeen en testosteron

Oestrogeen is een hormoon dat in de voortplantingsorganen wordt gereguleerd (zowel bij poezen als katers). Door het verwijderen van de voortplantingsorganen vermindert oestrogeen, wat net als bij vrouwen in de menopauze, leidt tot gewichtstoename.

Zo bleek bijvoorbeeld dat het toedienen van kleine hoeveelheden estradiol of oestrogeen voorkwam dat katten een enorme toename in voedselinname vertoonden.[2]

Zoals je in de grafiek hieronder kunt zien, daalt testosteron vrijwel direct na castratie van katers. De testosteron blijft nog tot minimaal 44 weken op dit lage niveau (daarna stopte het onderzoek en is er niet verder gemeten).[3] Bij mannen is bekend dat verminderde testosteron leidt tot gewichtstoename.

Het hongerhormoon ghreline neemt toe

In de maag- en darmwand zitten allerlei ontvangers die testen hoe vol je bent. Zo voelt de maag dat hij leeg raakt. Ghreline wordt dan naar de hersenen gestuurd om een signaal te geven: “Ik heb honger!”. Om deze reden wordt het ook wel het hongerhormoon genoemd.

Bij gecastreerde katten blijkt dat ghreline al verhoogt is binnen 7 dagen na castratie.[4] Dit zorgt voor een sneller hongergevoel en dus minder lang een verzadigd gevoel. De verhoogde eetlust die katten laten zien (bijna) direct na castratie kan mede hierdoor verklaard worden.

De vethuishouding verandert

Er zijn voorzichtige conclusies te trekken dat de vethuishouding ook verandert. Zo bleek dat de mRNA (de uiting van DNA in de cel) van zowel lipoproteïne lipase (LPL) en hormoon gevoelige lipase (‘hormone sensitive lipase’, HSL) daalden.[5] Dit zal ik hieronder verder uitleggen.

Lipoproteïne lipase

LPL speelt een rol in het splitsen van triglyceriden (vetten). De vetzuren worden daarna verplaatst van de lever naar weefsels.

Mensen die door een genetische afwijking geen LPL hebben, hebben verhoogde triglyceride waarden, welke kunnen leiden tot maagpijn en meer lichaamsvet.

Bij katten wordt in twee verschillende onderzoeken aangetoond dat zowel 24 weken als 6 maanden na castratie de triglyceriden in het bloed verhoogt waren.[4],[5] Net als bij mensen is dit een indicatie dat er meer lichaamsvet wordt opgeslagen dan normaal.

Hormoon gevoelige lipase

Hormoon gevoelige lipase is een enzym dat vetten afbreekt die in de vetcellen zitten opgeslagen. Een vermindering van de aanmaak van HSL kan ertoe leiden dat het lastiger is om energie uit vetcellen te halen. Daardoor is het lastiger om lichaamsvet kwijt te raken, maar is er ook minder energie beschikbaar tijdens de periode van niet-eten (tussen maaltijden). Daardoor daalt de energie sneller in het lichaam, waardoor honger ook eerder de kop op zal steken.

Leptine: Is er voldoende lichaamsvet?

Leptine is een hormoon vanuit de vetcellen. Hoe meer vet aanwezig is, hoe meer leptine er in het bloed zit. Hoe meer leptine, hoe minder honger je krijgt. Het stopt ervoor dat je stopt met eten, want het vertelt je hersenen dat er voldoende energie in opslag is.

Zo voorkomt het lichaam dus overgewicht, wat evolutionair niet handig is bij het jagen en verzamelen.


Net als bij mensen wordt ook bij katten gevonden dat hoe dikker ze werden, hoe hoger de leptine in het bloed was.[3],[5],[6]

Het tegenovergestelde gold ook: wanneer er geen gewichtstoename was omdat voeding beperkt werd, was er geen toename in van leptine bij poezen.[7]


Ditzelfde onderzoek vond dat bij mannetjes wél een toename van leptine was, ondanks dat er geen gewichtstoename was. Bij mensen is gevonden dat testosteron levels en leptine negatief gecorreleerd zijn: is testosteron laag, dan is leptine hoog, en vice versa.


Leptine gevoeligheid

Je vraagt je misschien af waarom katten die dikker worden dan niet uit zichzelf minder gaan eten?

Dat heeft te maken met leptine gevoeligheid.

De leptine hecht zich minder makkelijk aan de hersencellen (leptine resistentie) en kunnen daardoor moeilijker het signaal doorspelen dat er voldoende vetopslag is. Dat betekent dat er langer doorgegeten moet worden om tot het verzadigingsniveau te komen.[8]

Je kunt het zien als dat de boodschap wel wordt afgegeven, maar dat slechts een gedeelte van de boodschappers ook daadwerkelijk binnen kan komen om de boodschap af te leveren. (Bijvoorbeeld: We doen het verjaardagskaartje wel in de brievenbus, maar de post bezorgt lang niet alle verstuurde kaartjes).

Suikerziekte en hormonen: Adiponectine

Overgewicht is een risicofactor voor suikerziekte. Maar zelfs voordat overgewicht aanwezig is, lijkt de verhoogde kans zichtbaar in de hormoonhuishouding.

Insulinegevoeligheid

De insulinegevoeligheid van cellen speelt hierin een belangrijke rol. Hoe beter de insulinegevoeligheid, hoe makkelijker insuline zich aan de cel hecht en energie in de cel kan brengen.

Een lage insulinegevoeligheid kan leiden tot diabetes type II, waarbij voldoende insuline aangemaakt wordt, maar er minder receptoren ('ontvangers') zijn om aan te hechten. (Net zoals bij de leptine dus: het wordt vrijgegeven, maar de boodschap komt de cel niet in).

Hieronder zie je een versimpelde weergave van de normale situatie. Als er iets mis is met de receptoren, wanneer er minder receptoren zijn of wanneer insuline zich minder goed kan hechten, treedt diabetes type II op.


Adiponectine

Adiponectine speelt een rol in insulinegevoeligheid. Meer adiponectine vergroot de insulinegevoeligheid en verkleint daardoor dus de kans op suikerziekte.

Uit onderzoek bleek dat de hoeveelheden adiponectine daalde binnen 7 dagen na castratie en bleef dalen tot in ieder geval 6 maand na castratie (daarna stopte het onderzoek en werd niet verder gemeten).[4],[5]

Dit op zichzelf zorgt echter niet per se voor type II diabetes.

Echter, het kan wel samen met andere risicofactoren, zoals overgewicht en een genetische predispositie, de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Dat kan ook op langere termijn zo zijn.

Conclusie: Hormonen sturen eetgedrag

Vaak zien we bij net gecastreerde katten een toegenomen eetlust ontstaan die leidt tot overgewicht als deze katten niet beperkt worden in hun voeding. Aan de hand van hormonale veranderingen en dat wat we weten over de werking van die hormonen, is dit gedrag nu te verklaren.

De vermindering in oestrogeen en testosteron, de toegenomen ghreline en de verminderde leptine gevoeligheid dragen hier allen aan bij. Tevens wordt de vetopslag bevorderd door een verhoogde opslag en moeilijkere opname.

Alhoewel deze hormonale veranderingen na de castratie van je kat zullen optreden, heb je zelf ook invloed op de verdere gevolgen. Beperk de porties die je geeft aan je kat, zodat de kans op overgewicht drastisch vermindert wordt.

In het volgende artikel ga ik dieper in op de dingen die je kunt doen om overgewicht te voorkomen. Immers, voorkomen is beter dan genezen. Dit artikel kun je hier vinden.

Bronnen

[1] Loftus en Wakshlag (2014): Canine and feline obesity: a review of pathophysiology, epidemiology, and clinical management ( PDF)

Meer over de Set Point Theory: Harris (1990): Role of set-point theory in regulation of body weight ( abstract)  ( PDF)

[2] Cave en anderen (2007) Oestradiol and genistein reduce food intake in male and female overweight cats after gonadectomy ( abstract*)

[3] Lucile en anderen (2006) Spontaneous hormonal variations in male cats following gonadectomy ( abstract)

[4] Wei en anderen (2014) Early effects of neutering on energy expenditure in adult male cats ( PDF)

[5] Belsito en anderen (2009) Impact of ovariohysterectomy and food intake on body composition, physical activity and adipose gene expression in cats ( abstract)

[6] Martin en anderen (2001): Leptin, body fat content and energy expenditure in intact and gonadectomized adult cats: a preliminary study ( abstract)

[7] Hoenig en Ferguson (2002) Effects of neutering on hormonal concentrations and energy requirement in male and female cats ( abstract)

[8] Jesse van der Velde: Afvallen tips - 1 hormoon dat alles in de war brengt ( artikel)

Bronverwijzingen met * alleen in abstract gelezen.

Meer over overgewicht, hormonen en afvallen:

The Obesity Code - Dr. Jason Fung

Een interessant boek over de effecten van hormonen op gewicht. Hij beschrijft diverse onderzoeken die aantonen dat gewicht grotendeels door hormonen worden gereguleerd. Daardoor is het niet zo makkelijk om zowel aan te komen als af te vallen als wel gedacht wordt.