KVV voor de kat: Vers vlees voor beginners

Rollen KVVDe meeste mensen denken bij voer voor de kat gelijk aan brokjes of natvoer, maar na wat inlezen blijkt er nog een andere optie te zijn: Rauw voeren. De voor- en nadelen hiervan kun je al teruglezen in Rauwe voeding: De voor- en nadelen op een rij.

 

In deze blog wil ik ingaan op het vers voeren zelf en dan specifiek het voeren van KVV. Wat is KVV, waar moet je opletten en hoe gaat het in zijn werk? Antwoorden op deze vragen en meer, vind je hieronder.

 

Wat is KVV?

KVV staat voor Kant en klaar Vers Vlees. Dit is de meest eenvoudige manier van vers voeren, omdat je hierbij zelf geen verhoudingen hoeft te berekenen. KVV bestaat namelijk al uit de correcte verhoudingen spiervlees, orgaan en botten.

 

Het is een gemalen mix en het lijkt hierdoor een beetje op een combinatie van gehakt en Filet Americain, maar dan met kleine stukjes bot ertussen. De kleur varieert een beetje van donkerrood tot lichtroze of soms zelfs wat grijzig, afhankelijk van de diersoort(en) en gebruikte delen en organen.

 

Er worden verschillende aanduidingen gebruikt op de etiketten van KVV die te maken hebben met het soort dieren die worden gebruikt:

 

Enkelvoudig of Zuiver – Hierbij wordt maar één diersoort gebruikt. Dit zijn bijvoorbeeld ideale malingen om te gebruiken tijdens een eliminatie dieet (om mogelijke allergieën uit te sluiten). Puntje van aandacht hierbij is de calciumbron bij grotere diersoorten als paard of rund. Doordat de dier-eigen botten vaak te hard zijn om te malen, gebruiken ze soms een synthetische bron, of juist helemaal niks. Hierdoor is het ook wat verhoudingen betreft niet altijd compleet. Opletten dus.

 

Mix – Hierin worden meerdere diersoorten gebruikt. Zo lossen ze bijvoorbeeld het probleem op bij grotere dieren, ze gebruiken dat de botten van kleinere dieren als calciumbron. Hiervoor wordt vaak voor kip gekozen. Een mix is niet per definitie compleet, ook niet als deze al 4 diersoorten bevat.

 

Hoe voer je KVV compleet?

Ondanks dat de verhoudingen al kloppen, is KVV niet per definitie al compleet. Verschillende diersoorten bevatten namelijk verschillende voedingsstoffen. Wanneer dus te weinig variatie wordt aangeboden, kan de kat tekorten opbouwen.

 

Fabrikanten hebben verschillende methodes om dit op te lossen en een compleet menu aan te kunnen bieden:

 

Afwisselen – De meest eenvoudige manier is voldoende diersoorten afwisselen. De richtlijn hierbij is minimaal 4 diersoorten binnen een maand. Dit is exclusief vis. Vis voeg je ongeveer elke 7 -10 dagen toe, dit bevat een aantal belangrijke vetzuren. Buiten diersoorten afwisselen, is verschillende merken afwisselen vaak ook geen gek idee. Het gebruik van verschillende dierdelen zorgt voor net wat andere voedingsstoffen en het kan daarbij ook voorkomen dat een kat op een maling raakt uitgekeken.

 

Premix – Dit houdt in dat ze synthetische vitaminen en mineralen toevoegen. Het gebruik van premix zijn de meningen over verdeeld. Aan de ene kant geeft het een “veilig gevoel”, want ze krijgen immers altijd een complete maaltijd binnen, maar aan de andere kant is het wel weer een synthetische toevoeging. Ook bij premix wordt afwisselen vaak aangeraden, om zo in ieder geval voldoende variatie in het menu aan te kunnen brengen.

 

Toevoegingen – Sommige merken gebruiken rijst, zonnebloemolie, visolie of andere toevoegingen om hun mixen compleet te maken. Het gebruik van plantaardige ingrediënten hiervoor zal altijd een discussie onderwerp blijven, zeker bij katten.

 

Ondanks dat sommige merken het woord “compleet” op hun etiket gebruiken, wil dit dit niet direct zeggen dat het ook daadwerkelijk compleet is. Wanneer ze dit kunnen onderbouwen met uitgevoerde analyses kun je dit vertrouwen, deze zou je op kunnen vragen bij de fabrikanten. Geen informatie is ook in dit geval onbetrouwbaar.

 

> Zelf voer ik geen premix, omdat ik meer geloof in het compleet voeren op termijn en indien nodig liever aanvul met natuurlijke supplementen. Daarbij merk ik bij mijn kater dat een premix een negatieve invloed heeft op het milieu in zijn blaas. Helaas zijn hier nog geen bevestigende onderzoeken van.

Rollen vlees

Verschillende soorten enkelvoudige KVV

Waaruit bestaat KVV?

Uiteraard is de kwaliteit van de ingrediënten enorm van belang voor de kwaliteit van het uiteindelijke product. Nu geven veel merken niet duidelijk aan wat ze nu precies gebruiken, dus in sommige gevallen is het een beetje giswerk. Toch zijn er wel een paar punten waar je naar zou kunnen kijken:

 

Verhoudingen – De kat eet van nature prooien met verhoudingen van ongeveer 5-10% kaal bot, 10% orgaan en rest (80-85%) spiervlees/huid/etc. KVV sluit hier vrijwel nooit volledig op aan, maar zoek naar iets wat hier dichtbij komt.

 

Bot – Teveel bot kan krijtpoep veroorzaken, of uiteindelijk zelfs verstoppingen. Aan de ontlasting van de kat kun je dus goed zien of er teveel bot zit in de KVV. Zoek eventueel een merk met lager botpercentage of vul aan met spiervlees en orgaan. Sommige malingen bevatten geen bot, dit zie je vaak bij grotere diersoorten. Ga na of deze gebruik maken van een supplement of voer dit enkel als aanvullende maling.

 

Orgaan – Nieren en lever zijn de belangrijkste leveranciers van vitaminen en mineralen, andere organen dragen hier minder aan bij. De lever bevat een hoge concentratie vitamine A en moet hierdoor niet teveel worden gegeven, ongeveer 5% van het totale dieet. Verder bevatten de organen hoge concentraties van vitaminen A, B, D, E en K, en mineralen als ijzer, fosfor, koper en magnesium.

Maag en/of darmen kan prikkelend werken voor katten met een overgevoeligheid voor bepaalde plantaardige stoffen. Dit vanwege restjes die in dit kanaal achter kunnen blijven. Nu zijn er maar weinig merken die dit gebruiken, maar het is wel een punt van aandacht.

 

Spiervlees – Vaak wordt niet aangegeven welk deel van het dier hiervoor wordt gebruikt. De kwaliteit hiervan beoordelen is dan lastig. Kopvlees is kwalitatief gezien bijvoorbeeld minder goed. Hard werkende spieren zijn daarentegen juist een goede bron van taurine.

 

> Afhankelijk van de methode die wordt gebruikt, worden verschillende organen wisselend als spier of orgaan gerekend. Hart is hier een mooi voorbeeld van. Ga er dus niet zomaar vanuit dat orgaan altijd hart, lever, nieren, etc. is, maar kijk naar een meer specifieke beschrijving.

In een later artikel ga ik hier verder op in.

 

Analyse

Net zoals bij droogvoer en natvoer heeft ook KVV een analyse waar je belangrijke informatie uit kunt halen.

 

Eiwitten – De hoeveelheid eiwitten zegt vrij weinig over de kwaliteit van de eiwitten en nog minder over de uiteindelijke kwaliteit van het vlees. Desondanks zijn eiwitten wel erg belangrijk voor een carnivoor. Over het algemeen zie je bij KVV zo’n 15% eiwitten (50% op droge basis).

 

Vetten – De meeste KVV’s bevatten ongeveer 10 tot 15% vet (30 tot 50% op droge basis). Het is vooral handig om hiernaar te kijken in combinatie met het gewicht van de kat. Omdat vetten de meeste calorieën leveren (in vergelijking tot eiwitten en koolhydraten), is er van een vettere KVV minder nodig dan een magere KVV om aan hetzelfde aantal calorieën te komen. Hier kun je dan ook mooi op inspelen bij het laten aankomen of afvallen van de kat.

Let wel op dat de hoeveelheid vetten niet ten koste gaat van andere belangrijke voedingsstoffen. Een percentage hoger dan 20% wordt hierom niet aangeraden.

 

Koolhydraten – Hier wil je maximaal 0,5% van in de KVV hebben (dit is ongeveer 1,5% op droge basis). Een hoger koolhydratengehalte geeft aan dat er meer plantaardige ingrediënten worden gebruikt. Dit kan komen door toevoegingen, of bijvoorbeeld door de inhoud van maag of darmen.

 

Vocht – In tegenstelling tot het meeste natvoer is het vocht in KVV geen toegevoegd vocht, maar vlees eigen vocht. Het bevat veel voedingsstoffen en wordt door het lichaam goed opgenomen. Bij het ontdooien loopt dit vocht deels uit het vlees, waardoor het vaak wordt weggegooid. Doodzonde, dit kun je beter terug door het vlees mengen.

Zie ook: Droge stof basis: Hoe vergelijk je kattenvoer op basis van de voedingstabel?

KVV rol

KVV Haas, een wat magere diersoort

Botgehalte, calcium en fosfor

Dit deel benoem ik even apart, omdat dit aan de ene kant veel verband houdt met elkaar, maar aan de andere kant juist ook weer veel variabele factoren heeft.

 

Het eerste waar veel mensen naar kijken is het botgehalte. Maar enkel botgehalte zegt niet zoveel. Allereerst omdat er vaak gebruik wordt gemaakt van vleesbot in plaats van kaal bot. Omdat de hoeveelheid vlees hierbij kan verschillen, is het dus lastig inschatten hoeveel kaal bot je overhoudt.

 

Daarbij wordt vaak gedacht dat bot een goede richtlijn is voor de hoeveelheid calcium, maar ook dit is niet zo simpel. Het calciumgehalte in bot is namelijk afhankelijk van onder andere diersoort, type bot en leeftijd van het dier. Zo neemt calcium toe naarmate het dier ouder wordt en zijn er ook bottypen waar juist veel kraakbeen in zit. Dit laatste zie je bijvoorbeeld veel bij KVV’s van grotere diersoorten, omdat de “echte” botten vaak te hard zijn om te malen.

 

Het calciumgehalte zegt daarentegen meer. Zo is het belangrijk om voldoende calcium te voeren om het All Meat Syndrome tegen te gaan. Bij kittens is de richtlijn hiervoor ongeveer 0,5% (1,5% op droge basis), bij volwassen katten ligt dit iets lager, op ongeveer 0,3% (0,9% op droge basis). Een maximale richtlijn is er niet echt, omdat katten een teveel aan calcium via de ontlasting uitscheiden. Bij zogenaamde krijtpoep is het verstandig om over te schakelen naar een merk met wat minder calcium.

 

Verder is de verhouding met fosfor belangrijk . De richtlijn hiervoor ligt ongeveer tussen de 1:1 en 2:1, wat inhoudt dat je ongeveer evenveel tot maximaal 2x zoveel calcium voert als fosfor. Bij kittens ligt dit trouwens lager, op maximaal 1,5x keer zoveel calcium als fosfor.

 

Waar kun je nog meer op letten?

Buiten de meest gebruikelijke ingrediënten, zijn er nog een paar puntjes waarop gelet kan worden bij het kiezen van het juiste merk voor je kat. Dit kunnen persoonlijke wensen zijn, maar ze kunnen ook afhankelijk zijn van de kat zelf.


Blog advertentie Via Natura

 

Pens – Een voor honden essentieel ingrediënt, maar bij veel katten niet gewenst. Vaak staat de smaak ze niet aan en het voegt verder voor een kat ook vrij weinig toe aan het dieet.

 

Grofheid – KVV voor honden is over het algemeen wat grover gemalen dan KVV voor katten, al zijn er natuurlijk ook merken die hier vanaf wijken. Dit heeft grote invloed op de textuur en dus vaak ook acceptatie van een KVV. Waar de ene kat geen papje wil eten, laat de ander juist te grote stukjes liggen. Dit is een kwestie van uitproberen.

 

Biologisch – Ook bij KVV is er de mogelijkheid om voor biologisch te kiezen. Merken als Alroda, Bandit, Carnibest, DARF en Oervoer bieden hierin opties.

 

Allergieën en intoleranties – Ondanks dat dit eigenlijk voor zichzelf spreekt, benoem ik het toch even. Geef geen KVV met ingrediënten waar de kat overgevoelig voor is. Ga er niet gelijk vanuit dat een mix genaamd “eend” of “rund” ook enkel eend of rund bevat. Lees dus ook altijd de ingrediënten. Verder kan het slim zijn om katten met een overgevoeligheid voor granen KVV te geven waarin geen magen of darmen zijn verwerkt.

 

Hond of kat – Veel merken hebben verschillende typen KVV voor kat of hond. Verschillen kunnen zitten in het wel of niet gebruiken van groenten of pens, de hoeveelheid bot die wordt gebruikt of de grofheid van de maling. Vaak is een KVV voor honden dan ook niet geschikt voor katten. Sommige merken hebben een KVV die geschikt is voor beide, kijk in zo’n geval gewoon naar de tot nu toe besproken punten.

 

Ik merk zelf een flink verschil bij mijn kater als het gaat om een KVV voor honden. De andere verhouding van voedingsstoffen heeft een negatief effect op het milieu in zijn blaas. De grovere maling is hier dan weer geen probleem, alleen de kieskeurige dame gaat dan extra botstukjes vissen.

 

Ontdooien, verdelen en voeren

Eenmaal de KVV in huis, komt het praktische gedeelte. De KVV wordt bevroren bewaard, dus voor het voeren moet dit worden ontdooit. Dit doe je het beste in de koelkast om het zo vers mogelijk te houden. Zeker in de zomer is ontdooien buiten de koelkast echt niet aan te raden.

 

KVV wordt vaak verpakt in porties van 200gr of meer. Omdat je rauw vlees niet te lang open en ontdooit in de koelkast kunt bewaren, kan het noodzakelijk zijn om vooraf porties te maken. Zeker bij merken die portiegroottes hebben vanaf 500gr. Een oplossing hiervoor kan zijn om de rol half te ontdooien en vervolgens met een scherp kartelmes porties te snijden.

 

Sommige katten vinden het niet prettig om koud vlees te eten. Dat kan liggen aan het idee “koud is oud”, maar ook omdat sommige katten er buikpijn van kunnen krijgen. Hiervoor kun je het vlees op kamertemperatuur laten komen door het gewoon even te laten staan. Omdat de katten (en de voerverstrekker) vaak niet zoveel geduld hebben, kun je het vlees ook mengen met een beetje lauwwarm water.

KVV uit rol

Mijn manier van portioneren: Rol ontdooien in een schaaltje, rol opensnijden en uit het bakje halen wat nodig is. De rest gaat met deksel terug de koelkast in.

Hoeveel mag je voeren?

Natuurlijk is het afhankelijk van de kat hoeveel je moet voeren, maar zonder richtlijn ben je nergens.  Het spreekt voor zich dat je niet evenveel voert als van het droogvoer, maar helaas kun je het ook niet gelijktrekken aan de hoeveelheid natvoer. Hoeveel moet je dan wel voeren?

 

Kittens – Waar droogvoer vaak een variant heeft speciaal voor kittens, zie je dit bij KVV niet echt. Het advies is hierbij gewoon meer voeren dan aan volwassen katten. De richtlijn hiervoor ligt op 8-10% van het lichaamsgewicht. Dit is per dag 80 tot 100 gram per kilo.

Een kitten van 500 gram mag dus 40-50 gram per dag, een kitten van 1 kilo 80-100 gram.

 

Volwassen katten – Zodra de grootste groeifase voorbij is, kun je gaan minderen in de voeding. Meestal is dit tegen de tijd dat ze een jaar oud zijn. Vanaf dat moment kun je terug gaan schakelen naar 3-4% van het lichaamsgewicht. Dit is per dag 30 tot 40 gram per kilo.

Een kat van 4 kilo mag dus 120-160 gram per dag, een kat van 5,5 kilo 165-220 gram.

 

Zogende katten – In de laatste fase van de dracht en tijdens de fase dat de kittens nog bij de moeder drinken, kan de moeder een extra boost gebruiken. De hoeveelheid KVV kan dan opgeschroefd worden naar 6-8% van het lichaamsgewicht. Dit is per dag 60 tot 80 gram per kilo.

Een kat van 4 kilo mag dus 240-320 gram per dag, een kat van 5,5 kilo 330-440 gram.

 

Ondanks dat hier nu cijfers worden genoemd, is niet alleen elke kat verschillend, maar ook elke KVV verschillend. Een actievere kat zal mogelijk meer nodig hebben dan een luie kat en een vettere KVV geeft meer calorieën dan een magere KVV. Pas hoeveelheden aan op basis van de conditie van de kat.

Zie ook: Wanneer is mijn kat te dik? en: Hoeveel mag een volwassen kat eten per dag?

Vlees voer

Waar is KVV te koop?

Ondanks dat KVV niet de meest populaire manier van voeren is, zijn er toch veel punten waar je dit vandaan zou kunnen halen. Wanneer iets in de winkel niet te vinden is, hoeft dit niet te betekenen dat er geen mogelijkheden zijn. Misschien ligt het wegens ruimtegebrek in het magazijn of hebben ze het niet standaard op voorraad, maar is het wel bestelbaar. Vraag dus zeker naar de mogelijkheden!

 

Winkels

De meest algemene dierenzaken hebben vaak wel iets van KVV in het assortiment, variërend van grote merken tot eigen merken. Denk hierbij aan Pet’s Place, Jumper of Discus. Ook kleinere dierenzaken, of misschien zelfs júíst de kleinere dierenzaken, hebben vaak mogelijkheden. Neem gewoon contact op met die ene winkel in het dorp en vraag wat ze voor je kunnen betekenen.

 

Verder zou je kunnen kijken bij, jawel, tuincentra. Zo heeft Intratuin bijvoorbeeld filialen met een kleine voorraad KVV. Ook bij de supermarkt heb je kans van slagen, al zijn dit vaak wel de goedkopere/mindere merken, zoals Smuldier of Rodi.

 

Online

Zeker wanneer je voldoende vriesruimte hebt, kan online bestellen een makkelijke optie zijn. Er gaat dan een wereld open aan merken en mogelijkheden. Het enige nadeel: De verzendkosten, al ben je soms alsnog goedkoper uit.

 

Soms is het mogelijk om bij de fabrikant zelf te bestellen, zoals bij Tinlo’s BARFmenu of Oervoer . Vaak heb je te maken met meer algemene sites, zoals Animal Food Express of Vers Voer . Dit zijn maar enkele voorbeelden, er zijn nog heel veel meer mogelijkheden. Kijk naar wat de mogelijkheden zijn bij jou in de buurt en vergelijk dan zelf de beste opties op basis van assortiment, bezorgkosten en bezorgmogelijkheden.

 

Overzicht

Veel merken hebben op hun website een lijst met verkooppunten. Buiten de bekende dierenzaken staan hier ook andere verkopers op, zoals bijvoorbeeld gedragstherapeuten of dierenartsen. Wanneer je een bepaald merk op het oog hebt, kan dit zeker geen verkeerde optie zijn om eens naar te kijken.

 

Nog even alles op een rij

Kant en klaar Vers Vlees wordt op verschillende manieren aangeboden. Enkelvouding of gemixt, compleet of niet-compleet, met of zonder premix en variërend in andere toevoegingen. Kijk naar wat het beste past bij je eigen situatie.

 

Let op dat je compleet voert. Hoe je dit doet is afhankelijk van het merk en de soort, doe hier dus goed je onderzoek naar.

 

Aan alleen de ingrediënten kun je vaak niet zoveel aflezen. Beter vergelijk je dit met de analyse en beoordeel je de KVV op het totaalplaatje. Uiteraard zijn de ingrediënten wel belangrijk bij intoleranties of allergieën.

 

Portioneren kan een heel gedoe zijn, maar is wel noodzakelijk. Bekijk de opties qua portiegrootte en bedenk voor jezelf wat het best haalbaar is. Grotere rollen en toch maar gaan zagen, of liever een merk met kleinere portieverpakkingen.

 

Voer aan de hand van de conditie van de kat. Begin met de richtlijnen (3-4% van het lichaamsgewicht bij de gemiddelde kat) en pas de hoeveelheid aan op basis van de KVV en de kat.

 

KVV kun je op verschillende manieren krijgen. Vraag rond bij de dierenzaken in de buurt, vergelijk online en bekijk de overzichten die de merken zelf geven. Maak aan de hand hiervan een beslissing die bij jou past.

Kat silhouette

Bronnen

Voerwijzer: Beginnersinformatie KVVWat is een goede KVV?Ingrediënten

Feline Nutrition:

Perfectly Rawsome: Raw offal & liver feeding guide

FEDIAF Nutritional Guidelines 2017 – (link)

 

Boeken

Nutrient Requirements of Dogs and Cats (2006) (National research council of the national academies)

Voer voor carnivoren: Zelf gezond eten maken voor hond en kat (2006) (Tannetje Koning)

Nieuwsgierig wat goede voeding is voor je kat?In deze mini voedingsgids vertel ik je er meer over!

Vind jij een goede voeding voor je kat kiezen ook zo moeilijk?!

Uren - nee, wéken - heb ik erover gedaan om te kiezen uit de overvloed.

In deze mini voedingsgids geef ik je een aantal tips waar je op kunt letten én geef ik je een aantal merken.

Zo wordt kiezen voor een betere kattenvoeding een stuk makkelijker!

5 reacties:

  1. Mag KVV ook gegeven worden in combinatie met natvoer ?

    • Dag Ilse,

      Ja hoor, dit is geen probleem. De meeste katten kunnen prima tegen afwisseling in voer.
      Er zullen altijd katten zijn die ergens op reageren, maar over het algemeen is er geen probleem.

  2. Ik wil graag kvv geven in combinatie met brokken. Ik geef nu ook 70% brokken en 30% natvoer. Ik zou dat natvoer graag vervangen door kvv, dus 30% kvv. Hoeveel gram mag ik mijn kat dan geven? Het is een volwassen jonge kater, 5 kg, gesteriliseerd en een binnenkat.

    • Dat ligt aan de KVV die je geeft. Op het label staat vaak hoeveel kcal er per 100 gram of per kilo in zit. Zo niet, dan kun je een inschatting maken op basis van de ingrediënten (eiwit, vet en koolhydraten). Pas als ik dat weet kan ik je hier verder mee helpen; of je kunt even een kijkje nemen bij “Hoeveel mag mijn kat eten per dag” om zelf een inschatting te maken.

    • Dag Davina,

      Ook even een reactie van mij over hoe ik het zelf in de praktijk handig vind om te doen. Zelf vind ik het prettig om algemene richtlijn om te zetten naar het percentage wat je er van wil voeren, in dit geval 30%.

      In dit geval neig ik naar de 30 gram per kilo, omdat het een gecastreerde binnenkat betreft. Dat zou bij een volledig KVV dieet 150g per dag zijn. Nu zeg je dat je maar 30% van het totale dieet KVV wil voeren, dus neem je 30% van die 150g en kom je uit op 45g KVV per dag.

      Nu is inderdaad de ene KVV wat vetter dan de ander, dus een beetje afhankelijk van wat je geeft (en in hoeverre je roteert), kun je dit naar boven of beneden aanpassen (of dit eventueel met de brokjes doen). Elk dier is natuurlijk verschillend en zal meer of minder nodig hebben dan de richtlijn (of dit nu in procenten of in kcal is).

      Hopelijk kun je hier iets mee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *